Geschiedenis en Buurt

geschiedenis

 
 
laatst gewijzigd: 25 juli 2008aantal hits: 1165gemaakt door: geschiedenisproject  
 

Geschiedenis van de Spaarndammer- en Zeeheldenbuurt

 
 

 

Wij werken hier aan een site over de geschiedenis van de Spaarndammerbuurt en Zeeheldenbuurt.

 

Als uitgangspunt nemen we de boeken die hierover verschenen zijn, onder andere "Geen Blakwannes!" van Gerard van de Burgwal en Wim Kuin, maar vooral ook het boek dat onlangs is uitgekomen "Westerpark, Barren, Sparren en Koperen Knopen"van Ton Heijdra (uitgegeven door Rene de Milliano, 2007).

 

Op deze site komt een zeer verkorte en bewerkte versie van het boek van Ton Heijdra (met zijn medewerking) met name van die stukken die gaan over de geschiedenis van de Spaarndammerbuurt en de Zeeheldenbuurt in de 18e, 19e, 20ste en 21ste eeuw.

 

tot en met de 18e eeuw ( -1800)

 

19e eeuw (1800-1900)

 

1e helft 20ste eeuw (1900-1950)

 

2e helft 20ste eeuw (1950 - 2000)

 

Hebt u materiaal of wilt u meeschrijven en werken aan deze site? Laat het ons weten op gpspazee@hotmail.com.

 

 

 

Een stukje geschiedenis over de Spaarndammerbuurt.

 

In het jaar 1843 besluit de gemeenteraad om een algemene begraafplaats buiten de Willemspoort aan te leggen. In 1847 verschijnt de eerste bouwtekening. Door allerlei problemen zal het nog lang duren voor die plannen werkelijkheid kunnen worden.

Maar op 1 januari 1860 is het dan zo ver: de Westerbegraafplaats aan de Spaarndammerdijk wordt geopend. Tegelijkertijd wordt het overvolle Karthuizerkerkhof in de Jordaan gesloten.

Blijkens een tekening kan de nieuwe begraafplaats 26.850 lijken een plek geven, niet gering voor een kerkhof van een kleine twee hectare. Het grondplan is eenvoudig, rechthoekig en strak: hier geen gebogen paden en lanen en "romantische verlandschappeling", zoals bij parken van buitenhuizen inmiddels gebruikelijk is. Er kan in vijf "klassen"begraven worden: van huurgraven in vijf lagen voor minimaal tien jaar, tot grote gemetselde kelders met "eeuwig"durende rechten. Vooruitziende geesten hadden al berekend dat de begraafplaats spoedig te klein zou zijn en hadden daarom in 1851 een uitbreiding naar het noordoosten getekend. De begraafplaats is al na zo'n dertig jaar "vol". In 1894 sluit de gemeente deze begraafplaats om tegelijkertijd een Nieuwe Westerbegraafplaats te openen: ver uit de buurt aan de (Oude) Hemweg. Deze "Rode Begraafplaats" zoals zijn bijnaam luidt, is door zijn afgelegen ligging niet geliefd en wordt al in 1917 gesloten- in 1933 ook voor bezoekers. In 1924 is de eerste ruiming van het Westerkerkhof in de Westzaanstraat. In 1956 worden de laatste graven geruimd. Potgieters graf herhuist naar de Nieuwe Oosterbegraafplaats. Potgieter, een 19de eeuwse schrijver, oprichter van het literaire tijdschrift De Gids. Enkele "eeuwige"graven van het Westerkerkhof die niet konden worden geruimd, worden opgenomen in het nieuwe park dat bij de westelijke tuinsteden (Westgaarde) werden aangelegd. Daar hebben zij binnen een roestig hek nog tientallen jaren bij elkaar gelegen, maar zijn nu onvindbaar, zo schrijft de gemeentearchivaris Margriet de Roever in haar boek "De begraafplaatsen van Amsterdam (2004)".

Niet lang daarna werden er in het plantsoen een aantal houten lokalen neergezet die een kinderbewaarplaats moesten huisvesten. De doden hebben plaats gemaakt voor de kinderen, de kringloop was weer rond. Een bewoner van de Westzaanstraat vertelde eens: "Eens toen de kinderen in de zandbak speelde, kwamen zij thuis met het verhaal dat ze tijdens het spelen een purperenkleed in een kist hadden gezien. Er werd alarm geslagen en na onderzoek bleek dat een priester van de Maria Magdalenakerk daaronder de zandbak begraven lag. Meters diep werd vervolgens op dezelfde plaats de geestelijke herbegraven. (Of dit verhaal op de waarheid berust? De kinderen vonden regelmatig botten en schedels. Het was fascinerend speelgoed.

 

(Bon: Straat in het groen)

 

 

HOME

 

 

 

Opgemaakte tekst