Op een regenachtige morgen meldt een vrouw van achter in de dertig zich aan het Bureau Warmoesstraat. Zij vertelt aan rechercheur De Cock (met ceeooceeka) dat haar man, de directeur van een im- en exportbedrijf, is verdwenen. Meer nog dan deze kwestie, maakt de vrouw indruk op de oude rechercheur en diens assistent Vledder, vanwege de erotische geur van haar parfum. Bedwelmd of niet, de rechercheurs raken al snel betrokken bij de harde realiteit van de misdaad. In een verlaten loods aan de Rigakade wordt een man aangetroffen, die gedood is met een nekschot. De uitspraak van Vledder; 'Nu zitten we weer tot onze nekharen in de ellende', wordt alras bewaarheid als de kring van verdachten zich met de dag begint uit te breiden.
' Soms hadden we een aanval van broederliefde, en namen onze zusjes, Koba en Alida mee, om bloemen te plukken, voornamelijk grote bossen ganzebloemen; in de ruige terreinen van de IJpolder bij de Houthavens; als de zusjes ijverig aan 't plukken waren, namen wij ze een plechtige belofte af, Henk en ik, en gingen bij 't water
Een overzicht van de plannen voor de pontsteiger is te vinden op: